{"id":316,"date":"2012-04-15T13:34:48","date_gmt":"2012-04-15T11:34:48","guid":{"rendered":"http:\/\/www.malibas.nl\/?page_id=316"},"modified":"2017-01-31T15:58:51","modified_gmt":"2017-01-31T13:58:51","slug":"eb-rebekka-bremmer","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.malibas.nl\/?page_id=316","title":{"rendered":"Eb &#8211; Rebekka Bremmer"},"content":{"rendered":"<h1>\u2018Hij hoort hier niet\u2019<\/h1>\n<div><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignleft\" src=\"http:\/\/www.literairnederland.nl\/wp-content\/themes\/freshnews-dev\/thumb.php?src=http:\/\/www.literairnederland.nl\/wp-content\/uploads\/2012\/04\/vdi9789021441887.jpg&amp;w=180&amp;zc=1&amp;q=80\" alt=\"\" width=\"180\" height=\"289\" \/><\/div>\n<div>\n<div>\n<p><em>Recensie door Wil van Basten-Malipaard voor Literair Nederland &#8211; 12 april 2012<\/em><\/p>\n<p>&nbsp;<br \/>\n<strong>\u2018Ik weet niet of ik weer thuiskom.\u2019<br \/>\n<\/strong><strong>\u2018Je bent een visser,\u2019 zegt Geeske, \u2018Geen enkele visser weet of hij \u2019s avonds thuiskomt.\u2019<br \/>\n<\/strong><strong>(\u2026)<br \/>\n<\/strong><strong>\u2018Ik ben een molenaarszoon.\u2019\u00a0<\/strong><\/p>\n<p>Deze drie citaten (blz. 153) vormen de synopsis van de debuutroman van Rebekka Bremmer over het vissersgezin van Johannes Mulder, zijn vrouw Geeske, hun enige dochter Trijntje en hun kleindochter Geesje. In eenvoudige woorden geven zij het drama onder dit huwelijk aan. Deze citaten zijn tevens karakteristiek voor de schrijfstijl van de hele roman. Er wordt meer bedoeld dan er concreet staat. In woorden wordt er weinig gezegd. Men praat in simpele taal over alledaagse dingen, maar de lezer deelt ook de gedachten van de hoofdpersonen en deze zijn interessant, soms zelfs filosofisch en verrassend \u2018modern\u2019. Een slimme manier van Bremmer om de lezer nieuwsgierig te maken en vast te houden.<\/p>\n<p>Johannes is geen visser, hij is geen \u2018eilander\u2019, maar een \u2018overkanter\u2019. \u2018Een molenaar, Geeske. Hij heeft het nog lang volgehouden, (\u2026) maar uiteindelijk kan een molenaar de zee niet bedwingen. Je had er nooit aan moeten beginnen. Hij hoort hier niet.\u2019<br \/>\nEn Geeske heeft zichzelf als \u2018eilander\u2019 door dit gemengde huwelijk ook buiten de gemeenschap geplaatst. \u2018De vrouwen kijken haar niet aan. Alsof ze vals speelt. Alsof Johannes nooit de zee op had mogen gaan. Omdat hij altijd terugkomt.\u2019 Gelukkig heeft Geeske een grote familie.<\/p>\n<p>Ze voelt zich daardoor schuldig. Was het een grote fout om een overkanter te trouwen? In gedachten hoort de diepgelovige Geeske de dreigende preken van de dominee die haar angst inboezemen. Ze kent de meeste Bijbelteksten uit het hoofd. Vooral het verhaal van de ongehoorzame vrouw van Lot die in een zoutpilaar verandert, obsedeert haar. Kan dit haar ook overkomen als zij omkijkt? Is zij misschien al bezig in een zoutpilaar te veranderen? Welk deel van je lichaam zou als eerste tot zout worden? (\u2026) Ze kijkt naar haar vingers, de rimpeltjes als barsten in haar hand. (\u2026)\u2019<\/p>\n<p>Het verhaal van de kinderloze\u00a0Sara is voor haar een troostrijke obsessie. Sara,\u00a0de vrouw van Abraham\u00a0die haar man toestaat om bij haar dienstmaagd Hagar kinderen te<br \/>\nverwekken, maar die dan zelf toch nog op zeer hoge leeftijd een zoon<br \/>\nbaart!\u00a0Het is immers, de grote wens van Geeske om nog \u00e9\u00e9n keer te baren. Niet alleen is Sara haar voorbeeld, maar ook haar eigen moeder. \u2018Tien vingertjes, tien teentjes\u2019, ze heeft dit beeld constant op haar netvlies.<\/p>\n<p>De leeftijd van Geeske kunnen we slechts schatten. Enkele jaren kinderloosheid, \u00e9\u00e9n kind, \u00e9\u00e9n kleinkind, het tweede op komst en ze is zelf nog vruchtbaar. Eind 40 ongeveer. Johannes was eerder weduwnaar en nu getrouwd met Geeske. Hij is ouder dan zij.<\/p>\n<p>Helaas komen we niet achter de naam van het kleine eiland, noch welk dorp er bedoeld wordt aan de overkant waar Johannes geboren werd. Hij komt uit het hoogveenland, er zijn veenplassen, veel tarwevelden en rijen populieren. De vuurtoren van het eiland staat in Noordhoorn en Jakob de Oude, de vuurtorenwachter, kan aanwijzen waar het vasteland zich bevindt. De postbode peddelt op \u00e9\u00e9n dag heen en weer. De vissers die de overkant aan doen om hun vis te slijten, zijn \u2019s avonds weer thuis. De geografische afstand is dus niet groot. De afstand tussen deze ge\u00efsoleerde gemeenschappen daarentegen wel! Overkanters zijn vreemdelingen voor de eilanders. Dat geldt ook voor de roomsen die op het eiland bij elkaar in een nederzetting wonen. Ze horen er niet bij. Het zijn geen vissers. De eilanders kijken op hen neer. Ze zijn goed voor het oogsten van zeegras dat gebruikt wordt voor matrassen, kussens en de dijken!<br \/>\nWeinig eilanders zijn ooit op het vasteland geweest en voor de meeste overkanters geldt dat zij nog nooit de zee hebben gezien. \u2018Waarom zouden ze\u2019, lezen we.<\/p>\n<p>De tijd is evenmin bekend! Via aanwijzingen, een vuurtoren met olielampen, zwavelstokjes in plaats van lucifers, weten we dat het ongeveer eind 19<sup>e<\/sup>eeuw is.<\/p>\n<p><strong>\u2018Geeske staat boven aan de zeereep en tuurt over de zee. Ze wacht.\u2019 \u2013 blz. 21<br \/>\n<\/strong>Johannes is nu al drie dagen weg.\u00a0<em>EB<\/em>\u00a0beschrijft slechts \u00e9\u00e9n dag, vierentwintig uur van dit wachten, in eveneens vierentwintig korte hoofdstukken. Van zonsondergang 3<sup>e<\/sup>\u00a0dag tot aan zonsondergang 4<sup>e<\/sup>dag. De hoofdstuktitels intrigeren. Accentueren zij de dubbele betekenis van de inhoud? In \u2018Onderstroom\u2019 lezen we de moeizame conversatie tussen Geeske en Gezientje. Ze vragen beiden niet wat ze eigenlijk willen weten. In \u2018Drift\u2019 volgen we Johannes! Wat bedoelt Bremmer met \u2018Het laatste kwartier\u2019 als titel van het laatste hoofdstuk? Het laatste kwartier van het getij, van de zwangerschap van Trijntje? Voor wie heeft het laatste kwartier geslagen, voor Johannes, Geeske, Gezientje?<\/p>\n<p><strong>Geeske wacht op haar man Johannes<\/strong><br \/>\nOpvallend is dat ze haar bedroefdheid niet uit. Over gevoelens praat men niet. Het lijkt dat ze zich al schikt in het lot van een vissersvrouw. Het alledaagse leven gaat door en houdt haar bezig. Ze maakt vissoep, speet haringen, graaft pieren op, gaat naar het kerkhof om te wieden, past op haar kleindochter, enzovoorts. Maar ze heeft alle tijd om te denken. Haar leven komt als een film voorbij. In de bedstee denkt ze vooral aan Johannes. Ze voelt weer zijn liefde en \u2018Geeske merkt dat ze haar eigen buik aait\u2026.. Ze zucht.\u2019<br \/>\nGeeske is een sensuele vrouw die, als de vissers weer aan wal stappen, \u2018altijd snel in de bedstee glipt\u2019 en \u2018zich voorstelt hoe dat warme lijf zou voelen, hoe het haar zou omhelzen, en zich afvraagt of hij haar vannacht wakker zou maken of dat hij haar zou laten slapen.\u2019<br \/>\nEn wie is Jorrit? Bij een ontmoeting met hem op het kerkhof, lezen we \u2018Geeske voelt hoe ze begint te gloeien onder haar onderrokken.\u2019<\/p>\n<p>En dan plotseling verschijnt er een grote, struise vrouw, Gezientje Bogemaker genaamd, een \u2018overkanter\u2019, op het eiland\u2026. Biedt zij de oplossing voor het plotselinge verdwijnen van Johannes? Of komt zij deze juist zoeken\u2026?\u00a0 \u2018Ik had gehoopt dat hij bij u zou zijn.\u2019 lezen we pas op blz. 154 terwijl hoofdstuk 1 al begint met de eerste zeereis van Gezientje in het bootje van de postbode met daarna haar moeizame klim naar het huisje van Geeske, het laatste huisje van de baai. De lezer heeft de achterflap gelezen en is vanaf het begin nieuwsgierig. Wie is zij? Spannend! De eilanders bekijken deze onbekende vrouw met grote ogen en ook Geeske die haar ziet aankomen, vraagt zich af wat zij komt doen. Ze herinnert zich niet haar ooit te hebben gezien\u2026<br \/>\nNee, geen climax in hoofdstuk 1 of 2. Ook de lezer moet wachten, wachten tot het tij keert\u2026! Het is eb. Het zal vloed worden en dan weer eb.<\/p>\n<p>Het tempo is dus traag, zeer traag. Ouderwetse toon. Maar desondanks boeiend met prachtige, duidelijke beelden en metaforen. Van de natuur, van het landschap, van de mensen, van de vogels, enz.<br \/>\n\u2018Ze ziet de schaduwen van de slapende kanoetstrandlopers, hun snavels diep weggestoken in hun veren. (\u2026) als een groepje oude vissers dat ineengedoken zit met opgetrokken kragen. \u2013 blz. 23.<\/p>\n<p>Bremmer beschrijft in hoofdzaak de vrouwelijke hoofdpersonen.\u00a0<em>Eb<\/em>\u00a0is daardoor een getrouwe kroniek van het leven van de achterblijvende vissersvrouwen in het Nederland van eind 19<sup>e<\/sup>eeuw. Wat houdt hen de hele dag bezig?<\/p>\n<p>Illustratief voor die bezigheden zijn bijvoorbeeld de twee gebreide truien van Johannes. De huwelijkstrui, cadeau van Geeske, met de motieven van het eiland (golven, visgraten en het Godsoog dat alles ziet) en de trui die de \u2018moeder\u2019 van Johannes gebreid heeft met de tarwehalmen, graankorrels, korenbloemen en de wieken van de molen. De blauwe sajet werd versterkt met de haren van de breister. Hun initialen ontbraken niet. Als een visser op zee bleef en aanspoelde kon men aan de hand van de motieven op de trui achterhalen waar hij vandaan kwam. Elk dorp, elke streek had zijn eigen motieven. Handig als ID!<\/p>\n<p><em>Eb<\/em>\u00a0is een prachtige roman, fraai geschreven. Zeker niet saai. Interessant om er met anderen over te praten. Waarom is Johannes eigenlijk weggegaan? Meer antwoorden lijken mogelijk. Was Gezientje wel zijn minnares?\u00a0 Had het iets te maken met de bevalling van Trijntje? Jammer toch dat er geen 25<sup>ste<\/sup>\u00a0hoofdstuk is\u2026.. Het einde was te abrupt.<\/p>\n<p>Ik kijk uit naar de tweede roman van deze schrijfster!<\/p>\n<p>Rebekka W.R. Bremmer (1977) studeerde moderne westerse letterkunde en Latijns-Amerikaanse literaire studies aan de Universiteit Utrecht. In 2007 werd haar toneelstuk\u00a0<em>Kafka\u2019s haren<\/em>opgevoerd en in 2008 schreef zij in opdracht\u00a0<em>Bleke rozen<\/em>, een muzikale dialoog tussen Clara Schumann en Fanny Mendelssohn.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p><em>Eb<\/em><\/p>\n<p>Auteur: Rebekka W.R. Bremmer<br \/>\nVerschenen bij: Uitgeverij Querido<br \/>\nAantal pagina\u2019s: 248<br \/>\nPrijs: \u20ac 18,95<\/p>\n<\/div>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>\u2018Hij hoort hier niet\u2019 Recensie door Wil van Basten-Malipaard voor Literair Nederland &#8211; 12 april 2012 &nbsp; \u2018Ik weet niet of ik weer thuiskom.\u2019 \u2018Je bent een visser,\u2019 zegt Geeske, \u2018Geen enkele visser weet of hij \u2019s avonds thuiskomt.\u2019 (\u2026) &hellip; <a href=\"https:\/\/www.malibas.nl\/?page_id=316\">Lees verder <span class=\"meta-nav\">&rarr;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"parent":311,"menu_order":44,"comment_status":"open","ping_status":"closed","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-316","page","type-page","status-publish","hentry"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.malibas.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/316","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.malibas.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.malibas.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.malibas.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.malibas.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=316"}],"version-history":[{"count":4,"href":"https:\/\/www.malibas.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/316\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":792,"href":"https:\/\/www.malibas.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/316\/revisions\/792"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.malibas.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/311"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.malibas.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=316"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}